Terug naar hoofdpagina van "Gérard van Eyk 80 jaar!"

Jo Box

Ode aan een 'street observer'

Ik ken Gérard vanaf zijn komst bij de TU Delft, ergens in de tweede helft van de 70-er jaren.

Hij werd aangesteld in de Tussenfaculteit Industriële Vormgeving, als lector in de marketing.

De faculteit die in het begin van de jaren '70 was opgericht, als Tussenfaculteit van Bouwkunde en Werktuigbouwkunde, groeide voorspoedig. Ik was daar zelf in 1972 begonnen, toen waren er 70 studenten. Toen ik in 1984 afscheid nam waren er meer dan 1000.

Door de groei van de faculteit werden steeds meer functies opgesplitst, leidend tot afzonderlijke specialisaties. Zo waren vanaf 1972 ergonomie, consumentengedrag en bedrijfskunde bij Hans Dirken ondergebracht, die in 1972 van een leeropdracht gewoon hoogleraar werd. Ik werd door hem aangetrokken om voor onderwijs en onderzoek van consumentengedrag. Vanuit die leerstoel van Dirken zijn later ook de leerstoelen 'marketing', 'bedrijfskunde' en 'consumentenonderzoek' ontstaan. De leerstoel marketing was de eerste afsplitsing. Ik zie Gérard nog binnenkomen voor een proefcollege. Hij was een Philips man, die een college gaf over wat marketing voor industriële vormgeving (het werd later 'industrieel ontwerpen') kon betekenen. De meningen over dat proefcollege waren verdeeld. Sommigen vonden het commercieel, wat een vloek was in die tijd. Ook het feit dat Gérard afkomstig was van een multinational sprak niet bij iedereen aan. Anderen hadden meer theoretische diepgang verwacht. Dat met Gérard een representant van het grootbedrijfsleven de faculteit binnen kwam gaf hem een bepaalde connotatie, die zijn introductie niet eenvoudig maakte.

Zo werden bijv. in de faculteitsraad heftige discussies gevoerd over de naam van het vak. Marketing werd geassocieerd met manipulatie en misleiding in die tijd van Vance Packard

('De verborgen verleiders'). En marketing was ook geassocieerd met de macht van het grootkapitaal van Galbraith's industriële complex ('The new industrial state').

In die tijd een marketingvak lanceren vereiste moed. Ook visie om te onderkennen dat deze trends tijdelijk waren en marketing een essentieel onderdeel vormt van onze consumentenmaatschappij.

In dit krachtenveld werd Gérard gelanceerd en moest hij een positie zien te verwerven.

Ook Consumentenonderzoek werd van Ergonomie afgesplitst en toegevoegd aan de leeropdracht van Gérard. Om aan de ideologische kritiek te ontstijgen noemden we onze vakgroep 'marktkunde van de productontwikkeling', er van uitgaande dat binnen een universiteit niemand bezwaar kan hebben om de kennis van een domein te vergroten. Wat je er mee deed was dan een individuele zaak.

Maar hoe dat vak marketing in te vullen? Ik herinner me dat we, vlak na de komst van Gérard, hier een discussie over hadden. Gérard dacht toen nog zelf lesstof te gaan ontwikkelen, maar ik gaf hem het advies gewoon een goed handboek te gebruiken. Waarom zelf lesstof ontwikkelen als dat er al is en zich heeft bewezen? Gérard heeft dat overgenomen, wat leidde tot het omarmen van Kotler's 'Marketing Management'. Hij heeft me later meermalen gezegd dat hij hier blij mee is geweest. Dat gaf hem namelijk de mogelijkheid het vak meteen stevig neer te zetten, gebaseerd op een internationaal standaardwerk. Kotler's boek is echter typisch Amerikaans en vooral geënt op het grootbedrijf. Dus dat bleef wat wringen met de maatschappij-kritische insteek van de studenten, maar ook met de vaak kleinschalige ontwerpen waar ze mee bezig waren. Gérard vond hiervoor een oplossing in wat hij 'kleinschalige marketing' noemde, waar hij een keuzevak van maakte. Meer dan met de grootschalige Kotler kon hij hierin zijn ei kwijt. In dat vak kon hij experimenteren en zijn eigen opvattingen uitdragen. Hij verliet hiermee het gebaande marketing pad en zocht via mini-theorietjes, observaties en experimenten een andere marketing benadering voor industriële ontwerpen die niet direct op grootschalige productie waren gebaseerd. Ik denk dit deze benadering ook wel paste bij zijn persoon. Hij is geen 'middle of the road' man, tevreden met het algemeen gangbare. Meer een 'innovator', een 'marginaal' iemand met een positieve betekenis van het woord. Binnen een vakgebied iemand die van zijwegen houdt en graag pioniert.

Zo werd Gérard de man van 'kleinschalige marketing', waarmee hij zich al snel profileerde.

Een verder zijpad voerde hem naar Parijs waar hij betrokken raakte bij de oprichting van een school voor industrieel design. Hij nam ook studenten hiernaar mee, die daar gingen studeren of als assistent werkten. Hij ontwikkelde daardoor persoonlijke relaties met een aantal studenten, die tot de dag van vandaag voortduren.

Bij de job van hoogleraar hoorde ook het roulerend decanaat. Om de zoveel jaar moest je directeur spelen van de faculteit en je met het beheer en de financiën bezig houden. Gérard was begin jaren '80 aan de beurt. Hij maakt een vliegende start met hooggespannen verwachtingen. Voor veel hoogleraren waren het echter tropenjaren waar ze soms nog jaren last van hadden. Zo ook bij Gérard. In de tweede helft van zijn decanaatjaar was hij minder fit en werd allengs zieker. Voor ons was het voorlopig nog een teken van de 'decanaatziekte', maar het bleek veel ernstiger te zijn. Gérard raakte chronisch vermoeid en de diepgang hiervan verwonderde menigeen. Niet in de laatste plaats Gérard zelf waarschijnlijk, die hiervoor ook geen goede verklaring kon vinden. ME was in die tijd een label voor een dergelijk verschijnsel, maar waar je verder niets mee kon.

Zelf ben ik in 1984 weggegaan bij de TU Delft, waardoor ik Gérard enige tijd uit het oog ben verloren. Ik hoorde wel dat hij zijn leerstoel weer had opgepakt, maar dat zijn gezondheid instabiel bleef. Uiteindelijk is hij met prepensioen gegaan, waarna hij over de wereld is gaan zwerven. Inmiddels had hij ontdekt dat een warm klimaat heilzaam voor hem is en dat hij daarin het beste kan functioneren. Of hij nu ook weet wat zijn ziekte is, weet ik niet. Het typeert hem dat hij, zonder daar veel op in te gaan, een pragmatische oplossing heeft gevonden om er mee om te gaan. Het is typisch een Gérardiaanse weg: alles achterlaten, de gebaande paden verlaten en gewoon gaan pionieren waar je nog nooit bent geweest, maar je wel lekker bij voelt.

En zo reist hij over de wereld, als een zelf benoemde 'street observer'. Zijn observaties, analyses en minitheorieën zijn in feite niets anders dan wat hij deed in de tijd van kleinschalige marketing. Met zijn manier van 'out of de box' denken, zijn casuïstische benadering, met associatieve elementen uit zijn grote eruditie weet hij telkens weer verrassende inzichten te presenteren die mensen aan het denken zetten en met hem verbinden.

In zijn tijd in Delft deed hij dat voor zijn studenten. Die interactie heeft hij ook nodig om zijn eigen denkbeelden te ontwikkelen. Gérard is niet de man van de lange monologen, maar van de flitsende discussie, van het alert reageren op impulsen van de ander. Hij hield dan ook niet van massale colleges, maar meer van kleine werkgroepen.

Als street observer miste hij dat natuurlijk. Aan wie moest hij zijn verhaal kwijt als hij dan weer in Zuid Afrika, dan weer in Australië, of op de Canarische eilanden is? Gelukkig kwam de techniek hem daarbij te hulp. In die tijd dat hij naar de warme streken vertrok, kwam het internet op en met behulp hiervan creëerde Gérard zijn eigen virtuele community. Hij publiceerde zijn dagboeken en werd hierin steeds vaardiger, ook met de techniek. Befaamd zijn zijn 100 woorden verslagen, waarin hij telkens de kern van een ervaring of opvatting weergeeft. De discipline waarmee hij dit doet en volhoudt is bewonderenswaardig. Ik denk dat hij hiermee niet alleen een eigen publiek heeft gecreëerd, maar dat deze aanpak hem ook helpt bij zijn zelfregulatie. Het verschaft hem een doel en zin bij datgene wat hij doet.

Een bijkomend effect is waarschijnlijk dat het hem scherp en vitaal houdt, zoals ik onlangs zelf mocht constateren toen we weer wat langer contact hadden.

Zo is Gérard van prof in Delft een virtuele prof geworden met zijn eigen audience. Die nu even invliegt voor een 'reality sessie', naar aanleiding van zijn 80ste verjaardag. Wij wensen deze pionier in het observeren van mensen -de basis van marketing- nog vele jaren in goede gezondheid.

Jo Box

 

Terug naar hoofdpagina van "Gerard van Eyk 80 jaar!"