Wanneer besef je, of ontdek je, als
kind uit een middelgroot gezin dat jouw thuis (het gezin waar jij
bij hoort) niet gewoon een feit is, een vanzelfsprekend geheel, maar
dat dat gezin uit individuen bestaat?
In je Dagboeken, door de jaren, schreef
je regelmatig over je waarnemingen van sterren, sterrenbeelden en je
gedachten er om heen, vanuit héél verschillende plekken op de
wereld.
Het begin van deze zomer, 2009, het
jaar waarin je 80 hoopt te worden, zou je graag inluiden met Mars
boven de horizon uit te willen trekken en als morgenster
te betitelen.
Dat is te vroeg !
Venus is in aantocht, ze weet haar tijd
en haar plaats !
Tot eind september, iedere morgen, zal
ze je groeten, merk je op !
Wat jaren geleden tracteerde je, naar
aanleiding van een grote hittegolf in die periode, op een
uitgebreide uitleg over de benaming "hondsdagen", het sterrenbeeld
de Grote Hond en Sirius, de Hondsster!
Dit allemaal lezend bracht mijn
gedachten terug naar onze jeugdtijd.
Precies!! 1942/1943!!
Die zomer 1942 verliet je de 6e klas, ik zou naar de 4e gaan.
Jan was al twee jaar eerder naar de middelbare school vertrokken, maar dat gebeurde zonder dat ik me
daarvan bewust was. Zo'n detail, een feit, meer niet.
In jouw situatie ging het anders, het
vertrek van de lagere school was al een gebeurtenis, er was iets
veranderd, dat kon je dus overkomen begreep ik, daar ging je op af.
Truce ging naar de 6e klas en praatte daar al honderduit over.
Toen ik je gauw genoeg met allerlei verschillende boeken in de weer zag, wilde ik daar wel eens in
kijken en dat mocht af en toe, maar als ik te veel vroeg en het je
begon te hinderen kon ik beter weggaan.
Het was boeiend, neuzen in die boeken. Dat je zoiets allemaal leren kon. Een nieuwe wereld ging voor me
open, èn, zou dat allemaal voor mij ook in het verschiet liggen?
Het leek vanzelfsprekend.
In de winter zat je 's avonds in de
huiskamer je schoolwerk te maken, dan waren de jongere kinderen,
waarbij ik nog hoorde, naar bed. Maar regelmatig, en dat kwam meer
voor dan ons lief was, kwamen we angstig uit bed naar de warme kamer
omdat we vliegtuigen hoorden en dikwijls al luchtalarm over de
grens, er dus dreigend luchtgevaar was. We bleven dan beneden tot
het rustig werd, of erger, als onze eigen sirenes luchtalarm meldden
en we de kelder moesten invluchten..
Maar in afwachting in de warme kamer genesteld zocht ieder wat afleidends en bij je stapeltje boeken lag
zeker wel iets van mijn gading. Favoriet waren het woordenboek, of
de Flora, de "Geíllustreerde Flora van Nederland" van
Dr.J.Heimans en Dr.Jac.P.Thijsse, een langwerpig dik, wiebelig boek
en ja, het sterrenkundeboek, met dik papier, als van een leesboek,
met tekeningetjes van sterrenbeelden die ik al een beetje dacht te
kunnen herkennen.
In het algemeen wilde je graag
uitleggen waar het over ging en zo had ik het begrip "determineren"
en "herbarium" al geleerd en dat er "sterrenbeelden"
bestonden die je buiten, als het helder weer was en goed donker, aan
de hemel kon ontdekken.
Doordat in de oorlog streng verduisterd
moest worden, geen lichtjes vanuit de huizen mochten schijnen,
geen straatlantaarns mochten branden, fietslampen nog aan de
bovenkant werden afgeschermd, was de sterrenhemel in de
duisternis goed te ontcijferen.
Zo vertelde je over de Grote Beer, de Kleine Beer ( niet steelpan ! ) en de Poolster.
Dat viel te onthouden. maar er bleken zo véél sterrenbeelden te
zijn, dat werd moeilijker. In je boek stonden, al
verderbladerend, ingewikkelder zaken. "Jammer", dacht ik ongeduldig .
Maar we repeteerden; 's morgens vroeg, naar en uit de kerk, 's avonds als het vroeg donker
was, met de maanstanden.
Zo bleef het niet.
Het begin van mijn 6e klas, de eindspurt van de lagere school, bereikte ik nèt. Precies één
dag!
Het was "dolle Dinsdag", september 1944 !
De ene chaos na de andere rolde over ons heen. Officiëel waren direct nergens lessen meer, alle
scholen werden gesloten, later gevorderd voor ander gebruik. We
bleven thuis en maakten de ene na de andere duitse inkwartiering
mee, belandden noodgedwongen een paar maanden in de schuilkelder
toen Venlo in de frontlinie terecht kwam nadat de stad al door
luchtbombardementen verwoest was.
In januari evacueerde het grootste deel van Venlo op bevel naar het noorden van het land, werd daar bevrijd
door de Canadezen en kwamen ook wij daar eind mei 1945 van terug.
Het schooljaar was bijna voorbij.
De chaos en de angst van de voorbije
oorlogsjaren maakten plaats voor de chaos en de opgetogenheid van de
"wederopbouw", maar de oude geborgenheid in het vanzelfsprekend
geheel was gedeeltelijk verdwenen en zorg leek in de plaats daarvan
gekomen te zijn.
Het flink gehavende huis moest gerepareerd worden, spullen waren weg, de scholen waren weg of
slecht intact, geen of weinig boeken, zéker voorlopig
geen nieuwe, geen schrijfmateriaal, behelpen van het ene
lokaal naar het andere, géén, of noodwinkels. En puin!
Dát allemaal door de hele stad!
Een muffe herinnering !
In het gezin had ieder zijn doel. De individuen maakten zich los. Het vanzelfsprekende
bij elkaar zijn had zijn beperkingen gekregen, de samenkomsten
werden kostbaar, voor en na werd al uitvliegen getest.
Definitief het nest verlaten deed Jan in 1956, als eerste.
Het was 1959 toen ieder individu zijn gekozen plek buiten het gezin had ingenomen.
in augustus 2009 door je zus Tini
opgeschreven ter gelegenheid van je 8oe verjaardag, 21
september 2009
Tini