Zo, Sariputra, zijn alle dingen naar hun aard leeg
Zij hebben geen begin noch een einde
Zij zijn zonder gebreken en niet zonder gebreken
Zij zijn niet volmaakt en niet onvolmaakt
Daarom, o Sariputra, is er in deze leegte geen vorm
Geen waarneming, geen naam, geen denkbeelden, geen kennis.
Geen oog, geen oor, geen neus, geen tong geen lichaam, geen gedachte
Geen vorm, geen geluid, geen smaak, geen reuk, geen tastzin, geen voorwerpen ...
Daar is geen kennis, geen onwetendheid, noch vernietiging van onwetendheid ...
Daar is vergaan noch dood
Er zijn geen vier waarheden, n.l. er is geen lijden
en geen weg tot opheffing van lijden
Daar is geen kennis van Nirvana, noch de mogelijkheid het te bereiken, evenmin om het niet te bereiken
Daarom, o Sariputra, aangezien men geen Nirvana kan bereiken, beschikt degene die de volkomenheid van inzicht van de Bodhishattva's heeft benaderd, over een ongeremd bewustzijn
Wanneer de remmingen van het bewustzijn zijn vernietigd, dan wordt men bevrijd van alle vrees
Verandering heeft haar greep op ons verloren
Terwijl men zich tenslotte in het bezit van Nirvana kan verheugen.